|
De Stentor: door Jan Pieter Borgmeijer. vrijdag 03 oktober 2008
ZWOLLE - "Ik heb eens als invaller gewerkt. De groep zei nadat ze twee keer een oefening had gedaan: 'Ben, we kunnen het'. Ik kan daar niet tegen. Ik begon met 25 mensen, toen ik wegging waren er nog drie over. Ikzelf had vroeger absoluut geen discipline. Daarom weet ik nu precies wat het is om het over te brengen."
Kampenaar Ben Romijn (27) staat als hoofdtrainer van WRZV Landstede met zijn jeugd- en een juniorenteam aan de vooravond van het WK in Glasgow. De Zwolse acrogymvereniging waar hij zich dertien jaar eerder als beginnend acrobaat meldde, leerde hem de zelfdiscipline die hij overbrengt op de evenwichtskunstenaars van nu.
"Ik ben langzaam opgeklommen. In 2002 werd ik Nederlands kampioen. Tijdens mijn opleiding kreeg ik les van een gasttrainer, oud-wereldkampioen Vladimir Proswetov. We verloren het contact. Acht jaar later, op het WK in Frankrijk, zag ik hem weer. Ik snap nog niet waarom, maar ik ben een paar maanden daarop al naar Rusland gegaan, 1200 kilometer onder Moskou. Ik werd gelijk verliefd op het land, op de discipline, de mentaliteit. Een jaar later won ik als trainer van de jeugd op het EK de eerste medaille voor Nederland ooit. De Russen waren uiteraard oppermachtig, maar op de balansoefening versloegen we ze."
" Ik ben er nu een keer of zeven teruggeweest. Vladimir is er nu professioneel trainer. Hij draagt de titel 'verdienstelijk trainer', dat stamt nog uit het communisme. Het geeft hem privileges, zelfs als hij bijvoorbeeld een kaartje voor de trein wil kopen. Een trainer heeft er nog status. Dat is hier minder. Hoe beter de trainer, hoe minder leerlingen ook. Ik zou me ook het liefst op één team richten, er bovenop zitten. Wij hadden een gasttrainer uit Bulgarije, maar hij kon maar twee keer per week. Dat is geen constante factor. Dat is niet goed."

"In Rusland wordt nog op straat gescout. Lange mensen gaan basketballen, iemand met dikke benen schaatsen. Je sport er niet voor de hobby, maar om iets te bereiken. De acrogymnasten maken er trainingsweken van dertig uur. De topsporters krijgen betaald en hebben vrijstelling van het leger. Wij trainen vijftien uur, vijf keer drie. Niet iedereen kan dat, maar de ouders die hier komen zijn geen opgevers en hun kinderen dus ook niet."
"Een kwestie van instelling. De kinderen geven me een hand als ze binnenkomen en als ze weggaan. Ik geef ze ook alleen een compliment als het echt goed is. Het is niet genoeg als een oefening lukt, het moet ook netjes. We zijn daarom vorige maand op trainingsstage naar Rusland geweest, hebben er veel geleerd. Vreemde ogen dwingen. De droom is om net zo goed te worden als Rusland. De mogelijkheden stoppen pas als je stopt met dromen."
De Stentor: door Jan Pieter Borgmeijer. dinsdag 23 oktober 2007
ZWOLLE - Ze zijn het wisselgeld voor Guus Hiddink. Waar de uitzendbondscoach Nederlands voetbalgogme exporteert, maken de acrogymnasten van WRZV/Landstede in een 'Oost-Europees' achterafzaaltje in Zwolle dankbaar gebruik van Russische turnkennis.
In Nederland is de club toonaangevend. Op het EK jeugd in Den Bosch moet deze week blijken of het brons van 2005 nieuwe glans krijgt. In Zwolle zit de schoonheid vooral in de sport zelf.
De gang naar de Zwolse volkswijk is als een reis naar een grauw verleden. Tot ver achter het ijzeren gordijn. "Ik doe de deur op slot, hoor", zegt trainer Ben Romijn. "We hebben hier nogal last van diefstal." Het zaaltje ademt zelfs de geur van de meest beklemmende gedachten aan het oude communisme. "Ach", relativeert Romijn. "Ik kom regelmatig in Rusland. Het wordt beter, maar daar was alles ook oud, oud, oud. Ik ben verliefd geworden op de sport, dat is belangrijker."
De club is opgenomen in de ambitieuze plannen van onderwijsinstelling Landstede voor een accommodatie op niveau. Dan zouden de duo's en trio's ook samen op een volwassen verende vloer kunnen trainen. Voorlopig is het vijf avonden per week aansluiten in de rij voor een dun reepje zachte ondergrond, een afdankertje uit Heerenveen. "Daarom trainen we ook in Drachten en Kampen. Daar hebben ze wel een echte vloer."
De jonge Zwolse acrogymnasten maken hun vijftien wekelijkse trainingsuren voor honderd procent uit liefde voor de sport. Het blijkt een stevig fundament voor prestaties. Na schaatser Erben Wennemars kreeg WRZV/Landstede de meeste uitnodigingen het gouden sportboek van de gemeente Zwolle te komen tekenen. Van de drie jeugdteams die Nederland deze week naar de Europese titelstrijd afvaardigt, komen er twee uit Zwolle.
Even voorstellen. Ellen Vorsselman (16) vormt samen met Charèll Phijffers (11) een duo. Iris Diender (16) en Kelly Soer (15) zijn de 'onderpartners' van het trio waarin Caren Groenhuijzen (11) de vluchtelementen verzorgt. Ze hadden ook voor het turnen kunnen kiezen. "Maar dit is veel leuker", roept het kwintet in koor. "Met turnen moet je altijd alleen je ding doen", zegt Iris Diender. "Wij moeten leren samenwerken", vult Ellen Vorsselman aan. Met een vijfde plek in 2004 en een achtste op het WK voor senioren van vorig jaar is zij het meest ervaren.

Voor de elfjarige Caren Groenhuijzen wordt het EK wel een nieuwe ervaring. "Het is een stuk spannender dan andere wedstrijden", weet ze nu al. Ze is vlot doorgestroomd uit de eigen jeugd. "In voetbaltermen kun je zeggen dat we haar zelf hebben gescout", zegt Romijn. Het is een cruciaal onderdeel van zijn taak als trainer. "Ik moet lengte, leeftijd, gewicht en karakter bij elkaar brengen. De chemie is belangrijk. Als er een geblesseerd raakt, kan de andere niet trainen en dan zakt het niveau."
Romijn, hij was zelf tien jaar acrobaat, spreekt Russisch en ging als trainer bij een Russische vriend in de leer. "En een Russische choreografe doet het voorwerk." Als trainer stond hij op het EK voor jeugd in 2005 aan de basis van eerste medaille voor Nederland ooit. "België is met een Russische trainer naar een hoog niveau gegroeid, Engeland heeft een Rus. Ik ambieer een functie als bondscoach. Misschien heb ik met mijn liefde voor Rusland een streepje voor."
|